
In juni 2008 schreef Corrie over haar bezoek aan An Keuning-Tichelaar
in Beesterszwaag en de tentoonstelling, De verbindende kracht van quilts, in de kerk van de Doopsgezinde
Gemeente in Witmarsum (Doopsgezinden is de Nederlandse benaming voor
Mennonieten).
An was in de oorlog 1940-1945 actief in het verzet
en in de opvang van onderduikers, honger-evacués en
kindertransporten. Na de oorlog kreeg zij het verzoek 120 Russische
Mennonieten op te vangen. An vroeg bij het Mennonite Central Committee
(hulporganisatie) in Amsterdam om
beddengoed, omdat het beddengoed dat in de oorlog was gebruikt vol
ongedierte zat en verbrand was. De volgende dag werden er 80 quilts bij haar afgeleverd.
Deze quilts waren gemaakt door Mennonietenvrouwen uit Noord Amerika en
zijn als noodhulp in Nederland terecht gekomen om mensen bescherming en
warmte te bieden.
In 1980 kwam de Amerikaanse studente Lynn Buller
bij An thuis en zag de Mennonite quilts die An bewaard had. Tien jaar
later kreeg Lyn de quilts, zij ging op zoek naar hun eigenaar en de
verhalen eromheen. An en Lyn hebben het levensverhaal van An bewerkt
tot het boek Passing on the comfort, dat in 2005 in de Verenigde Staten
werd uitgegeven. Tevens werd er een tentoonstelling samengesteld van
quilts die door de VS en Canada is gegaan, langs vele van de gemeenschappen waar ze vandaan kwamen. Het boek is inmiddels
ook in het Nederlands uitgegeven, De verbindende kracht van quilts, een lappendeken van verhalen,nog te bestellen.
In 2008
was ik helaas niet in de gelegenheid om de tentoonstelling in Witmarsum
te bezoeken. Ik heb toen genoten van het logje van Corrie en het
fotoalbum dat zij samenstelde en dat nog steeds op haar
web-log te zien is.
Enkele weken geleden vermeldde Hester op haar web-log dat
de tentoonstelling in Nijmegen te zien was.
Vandaag was het de laatste
kans en het is me gelukt! Ik ben blij dat ik deze bijzondere quilts heb
kunnen bekijken en er nog meer over kan lezen in het boek.
In deze link vind je informatie over het boek en een filmpje van het interview met An Keuning-Tichelaar en Lynn Kaplanian-Buller.
Lars Lerin behoort tot de bekendste aquarelschilders van
Scandinavië. Hij is geboren (1954) en opgegroeid in Munkfors, Värmland
(Zweden). Vanaf mei 2005 bevindt zich in de oude staaldraadtrekkerij Laxholmen in Munkfors een retrospectieve tentoonstelling van zijn schilderijen en
grafieken.
De tentoonstelling geeft een
overzicht van het werk van Lars Lerin. Aquarel schilderijen,
olieverf schilderijen , grafische kunst, collages en foto's van over de
hele wereld. Onderwerpen zijn, Värmland, Lofoten (waar hij in de jaren
negentig woonde) en werk van reizen naar de Noord- en Zuid-pool,
Siberië, IJsland en Schotland, de Faroër eilanden, India, Egypte an
Iran.
Lars Lerin is ook auteur en heeft verschillende boeken geschreven over zijn reizen maar ook over het leven in Zweden. In verschillende musea in Zweden en andere Scandinavische landen zijn regelmatig tentoonstellingen van zijn werk.
Van Museum Spakenburg (verslag in dit logje) aan de haven wandelen we naar het Klederdracht- en Visserijmuseum achter de Noorderkerk. Het is een leuke wandeling en
onderweg kom je gegarandeerd dames in klederdracht tegen, te voet en op
de fiets.
Deze winkel is gesloten. Als je iets wilt kopen bel je gewoon even aan.
Het ongeveer veertig jaar oude museum biedt een prachtig en
boeiend overzicht van de klederdracht zoals die eeuwenlang door de
Bunschoters en Spakenburgers is gedragen.
Ruim honderdtwintig poppen
tonen de historie van de plaatselijke klederdracht, o.a. originele
dooppakken, huwelijksdracht en rouwkleding.
Ook het speciale
Spakenburgse handwerk, zoals kralentassen, gehaakte mutsjes, mouwtjes, kraplappen,
merklappen, porselein- en stofbeschilderingen wordt tentoongesteld.
Er
is een videovoorstelling met demonstraties van een aantal handwerken. Erg
leuk om te zien.
Het museum heeft ook een verzameling antieke,
geborduurde Bijbelse voorstellingen (geen foto).
Heel bijzonder is de expositie van
de quilts. Deze zijn gemaakt van originele stofjes van de Spakenburgse
klederdracht. Dames uit de regio zorgen ervoor dat de expositie
jaarlijks wordt vernieuwd. De originele stofjes zijn ook te koop in de
museumwinkel.
In dit logje heb ik de wanten met dubbele duimen al laten zien, maar er zijn nog veel meer voorwerpen te zien, die met de visserij van vroeger te maken hebben. Er is een prachtige collectie miniatuur-botters.
Het Museum is in de herfst en winter gesloten, vanaf 10 april 2010 is het weer geopend. Neem alvast een kijkje in het foto-album van het museum.
Het in 2008 volledig vernieuwde Museum Spakenburg (voorheen Museum 't Vurhuus)
staat aan de oude haven tegenover de oude scheepswerf.
Er is een
prachtige collectie te zien en je komt er veel te weten over de geschiedenis van het dorp. Wij lieten ons rondleiden door een Spakenburgse dame in
klederdracht. Zij vertelde over het schoolklasje, de haringrokerij, het
winkeltje van de weduwe, de rijk ingerichte kamer van de rijke boeren
en vissers, hoe een arm gezin woonde.
Uiteindelijk kom je in de zaal waar de klederdrachten tentoongesteld worden en waar rijen prachtige chintz, kraplappen, mutsjes, mouwtjes en
beugeltasjes te bewonderen zijn. Nu vergeet ik bijna het porselein en de bedsteden te vermelden. Een bezoek aan het museum is goed te combineren met het Klederdracht- en Visserijmuseum (ook in Spakenburg). Kijk wel eerst even op beide sites voor de openingstijden.
Vandaag wil ik even een kijkje nemen in Zweden, ga je mee?
Noordelijk
van Göteburg, begint in de regio Bohuslän een scherenkust met met ronde rotsen
en veel eilandjes. Eén ervan is Klädesholmen met het gelijknamige
vissersdorp. Het eiland is 29 hectare groot en is te bereiken via een
brug.
Klädesholmen wordt ook wel het haringeiland genoemd want het is
het centrum van de haringverwerking er zijn een aantal conservenfabrieken. Zowel de visvangst als de verwerking in conserven
kent een lange traditie in Klädesholmen. Aan het eind van de 19e eeuw
begon men met het inmaken van gezouten gekruide haring in blik en
tonnetjes. Het waren vooral de vrouwen die dit werk deden. De mannen
voeren met volgeladen boten langs de Zweedse kust en verkochten de haring.
Tegenwoordig wordt er vanaf Klädesholmen
geen haringvangst meer uitgevoerd en worden de grondstoffen aangevoerd
uit Denemarken IJsland en Noorwegen. In het museum op het eiland kan
men meer over de geschiedenis van de haringsindustrie te weten komen.
Klädesholmen is een prachtig plaatsje met veel kleine dicht op elkaar
gebouwde vaak wit geschilderde houten huisjes en smalle steegjes. In de zomer wordt het overspoeld door toeristen, maar toen wij er vorig jaar mei een dagje waren was het heerlijk rustig.
Het is vandaag Gedichtendag en nu mag je best wel weten,
dat ik dat helemaal was vergeten.
Ik had niets voorbereid
en bedacht dat het moeilijk is in zo'n korte tijd.
Bij het bladeren door mijn foto's zag ik in de rij
het boekje Leesliefde, samengesteld door Gerrit Komrij.
Dus nu plaats ik alsnog een gedicht
en het is deze waarvoor ik ben gezwicht.
De bibliofiel
Nico Scheepmaker
Zie je de mooie afbeelding op de omslag?
De illustratie is van Carl Larsson.
Ik zal het maar bekennen, daarom heb ik dit boekje gekocht ;)
Vorig jaar hebben we een bezoek gebracht aan Museum Spakenburg en het Klederdracht- en Visserijmuseum in Spakenburg. Daar ga ik een
aantal logjes over schrijven. Vandaag een logje over speciale wanten
die we in beide musea zagen.
Als in de winter het water bevroren was dan kon de vissersvloot van
Spakenburg niet uitvaren en dat betekende ook dat er geen inkomsten
waren. Als er een goede ijslaag was kon men het ijs op om spiering te
vangen. Aangezien dit zwaar werk was werd het overgelaten aan de
jongere vissers. 's Morgens vroeg ging men met platte bootjes
(eissjuutjes) op ijzers het ijs op om wakken te maken en netten uit te
zetten. De netten werden regelmatig binnengehaald. Er werd vaak de hele
nacht doorgewerkt en dan kwamen de mannen 's ochtends pas weer thuis.
De
vissers hadden diverse lagen kleding aan, zoals wollen ondergoed, een
kiel en een gevoerde jas. Op het hoofd een zuidwester. Aan de voeten
droegen ze dikke sokken en klompen met spijkers en aan de handen wanten
met dubbele duimen. Als er in het donker gewerkt werd hoefden de mannen
niet te zoeken naar de linker of rechter want, het paste altijd. De
wanten werden groot gebreid en in kokend water gekrompen. De wol werd
zo steviger en dikker en zo waren de wanten veel warmer en minder snel
waterdoorlatend.
In dit logje kon je zien hoe ik begon met het borduren van een kussen in kruissteek. Het is het ABC van de Rose Sampler. Ik borduurde met ecru en gemêleerd bruin breigaren op dubbeldraads stramien. Het garen was voor breinaald nr.3. Als ik dikker draad had gebruikt dan waren halve kruisjes ook voldoende geweest, maar dit garen had ik nog liggen. Voor de achterkant moet ik nog een geschikte stof kopen.
Afgelopen week heeft Gerrit Abraham gezien. We hebben het vorig weekend
al gevierd want op de dag zelf gingen we naar z'n broer die Abraham ook
zag.
Gerrit werd natuurlijk flink verwend. De kinderen versierden de voortuin met een pop en ballonnen. Over een passende spreuk werden ze het niet eens. Het werd een wiskundige berekening waarvan de uitkomst 50 bleek te zijn.
Van familie kreeg hij een Abraham van vlees in adamskostuum. Ik plaats een kleine foto maar wees zo vrij om de foto aan te klikken (verticale foto's - rechtermuisknop, koppeling openen in nieuw venster). Op kantoor ging de 50ste verjaardag ook niet onopgemerkt voorbij. De
werkplek was versierd en van zijn collega's kreeg hij een Abraham van
koek.
Bij de Abraham zat nog een uitleg over de herkomst van dit
gebruik.
Hoewel niet precies bekend is wanneer het schenken van een Abraham begonnen is, weten weten wij dat dit gebruik in Friesland al honderden jaren bestaat. Iedere banketbakker maakte zijn eigen Abraham uit verschillende ingrediënten. Door de tijd heen werden de versierselen steeds uitbundiger. Gekonfijte vruchten, broeken en jassen van suiker in vele kleuren, neuzen van marsepein, het geheel kunstig versierd met krullen van suikerglazuur.
Van het verhaal, over de herkomst van het Abraham zien bij 50 jaar, zijn verschillende versies daarom ga ik er hier ook niet verder op in. Wil je ze weten? Kijk dan op deze link.
Tasha Tudor (1915-2008) is één van Amerika's meest bekende en
geliefde illustrators.
Haar eerste verhaal, Pumpkin Moonshine, werd
gepubliceerd in 1938.
Tasha illustreerde bijna honderd boeken, de laatste in
2003, The Corgiville Christmas.
Zij kreeg vele prijzen en
onderscheidingen. Veel van haar boeken zijn in verschillende talen uitgegeven over de hele wereld.
Verder ontwierp ze Kerstkaarten,
Adventskalenders, Valentijnskaarten, posters en nog veel meer.
Van jongs af
aan was Tasha geïnteresseerd in huisnijverheid.
Zij kon goed koken,
maakte kaas en ijs. Ze gebruikte de eieren van haar kippen, melk van
haar geit en kruiden uit haar tuin. Tasha was vermaard om haar
AfternoonTeas.
Haar huis in Vermont, gebouwd in de jaren '70 van
de twintigste eeuw ziet eruit als een huis uit 1830. Ze leefde tussen
antiek en gebruikte het in haar dagelijks leven. Ze hield zich bezig
met zeep en kaarsen maken, weven, breien en poppen maken.
In de zomer was Tasha veel in haar prachtige tuin te vinden. Als je tijd hebt is het zeker de moeite waard om dit erg leuke 10 minuten durende filmpje te bekijken.
Boeken over Tasha Tudor:
Tasha Tudor's Garden
Tasha Tudor's Heirloom Crafts
The Private World of Tasha Tudor
Drawn from New England


Laatste reacties